web analytics

Personal

Off to…

“Ik zit hier nog minstens vier jaar vast.”, is een opmerking die ik (te) vaak maak. Met nog twee jaar te gaan voor ik afstudeer en daarna nóg twee jaar omdat ik toch wel graag een masterdiploma wil, zie ik soms niet in dat er ooit echt wel een einde aan komt. ’s Zomers werk ik twee maanden en de rest van het jaar studeer ik (deels in combinatie met een parttime job), waardoor er niet veel tijd overblijft om de dingen te doen die ik eigenlijk wil doen. Het is een stuk makkelijker om een paar saaie/zware maanden te overbruggen als er iets leuks op de planning staat, vandaar mijn goede voornemen om vanaf nu altijd een reis in het vooruitzicht te hebben. In principe kan ik, op voorwaarde dat ik genoeg werk, elk jaar drie of vier weken weg in september en in april. Augustus is al bijna voor de helft voorbij en ik dacht niet dat het er volgende maand nog van zou komen (want: €€€), maar ik verkocht na weken twijfelen toch mijn auto, had daardoor wat meer budget en ik heb dat vliegticket gewoon geboekt. Ik ga met mijn backpack drie weken door Nicaragua trekken!

Latijns-Amerika heeft toch echt mijn hart gestolen, dus vond ik dat ik er dringend werk van moest maken andere landen op het continent te ontdekken. De vluchten naar het Zuiden waren te duur (ik wilde in eerste instantie naar Colombia) en over Centraal-Amerika wist ik weinig tot niets, maar die vliegtickets waren wél betaalbaar. Na even googelen bleek Nicaragua het meest betaalbaar en ik ben, na heel wat uurtjes inlezen, helemaal verkocht.

Mijn slaapplaats voor de eerste nacht is geregeld, maar verder heb ik enkel een globaal beeld van de route die ik wil doen. Ik heb er belachelijk veel zin in en kan niet wachten om het vliegtuig op te stappen!

About uni’

Studeren, het is me wat. Drie jaar later zit ik eindelijk goed, maar daar zijn een paar jaar vol keuzestress en piekeren aan vooraf gegaan. In het middelbaar wist ik het niet, na het middelbaar wist ik het niet en na mijn gap year in Ecuador wist ik het nog stééds niet.

Toegepaste taalkunde was niets voor mij. Ik ben goed met talen, altijd al geweest, maar niet op de manier die ze op school willen zien. Drop me een half jaar in eender welk land en ik zal de taal daarna vrij goed spreken, maar woordenschat en grammaticaregels uit mijn hoofd leren, is mijn ding niet. Hogeschool leek de volgende logische stap, maar dat bleek het uiteindelijk ook niet te zijn. Ik had vakken die me helemaal niet interesseerden en groepswerk na groepswerk na groepswerk. Het was, alweer, niets voor mij. In de zomer werk ik als jobstudent in bedrijven vergelijkbaar met waar ik terecht zou komen na het behalen van dat diploma en als ik na mijn afstuderen veertig jaar of langer hetzelfde repetitieve, administratieve bureauwerk zou moeten doen, word ik gek.

Ik zat met mezelf in de knoop en wilde mijn ouders niet nóg een keer teleurstellen, maar toen las ik over een richting die vanaf september 2016 gegeven zou worden. Een Engelstalige, internationale academische bachelor, een combinatie van drie richtingen (Sociologie, Communicatiewetenschappen en Politieke Wetenschappen) die me sowieso al interesseerden, gefocust op Europa en haar geschiedenis, instituten, populatie, cultuur, diversiteit, media,… Ik was al jaren op zoek naar een studie die me interesseerde en nog nooit had ik een ‘DAT IS HET!’ gevoel. Tot vorig jaar. Alleen zou thuis waarschijnlijk de derde wereldoorlog uitbreken…

Uiteindelijk heb ik toch mijn gevoel gevolgd. Ik heb nog nooit zo hard gewerkt voor school als afgelopen semester (niet dat ik voordien al eens écht hard voor school gewerkt had). Ik heb veel gepiekerd en ik was best wel verdrietig, deels omdat ik thuis niet terecht kon mijn zorgen. Doordat ik per se wilde bewijzen dat ik het kon en dat dit inderdaad ‘mijn’ studie was, had ik best wel last van faalangst. Daar staat tegenover dat ik nu voor de eerste keer niet tegen mijn zin studeer. Er zijn ongeveer 140 studenten van 40 (!!!) verschillende nationaliteiten ingeschreven en velen komen alles behalve rechtstreeks uit het middelbaar.

De studenten uit het buitenland vinden het vaak vreemd dat er hier zo’n druk gelegd wordt op jongeren. Er zijn er die in Londen of Parijs gewoond hebben, rondgereisd hebben,… Ze worden vaak financieel gesteund door hun overheid, dus dat maakt het natuurlijk makkelijker. Het valt me op dat dit vooral het geval is in Scandinavische landen, maar ook in bijvoorbeeld Duitsland is het veel normaler dan hier om op zijn minst een gap year te nemen na het middelbaar. Hoe meer ik er met internationale studenten over praat, hoe vreemder ik het vind dat er van ons verwacht wordt te weten wat we willen studeren zodra we achttien geworden zijn, zonder enige levenservaring te hebben opgedaan. Op dat vlak staat België toch wel achter.

Uiteindelijk heb ik het eerste semester afgesloten zonder herexamens en met een toch wel mooi gemiddelde van 14.4/20.